Het rapport Middelengebruik in Vlaanderen, een stand van zaken (PDF, 4,31 MB) geeft een overzicht van het gebruik van alcohol, tabak en drugs en de gevolgen ervan voor de gezondheid en de maatschappij. Het dateert van 2007 en werd geschreven in het kader van de gezondheidsconferentie tabak, alcohol en drugs.
Enkele vaststellingen
Alcohol is de meest ingeburgerde drug onder de Vlaamse bevolking. Op 18-jarige leeftijd heeft 95% van de leerlingen alcohol gedronken. 67% van de Vlamingen drinkt wekelijks alcohol.
Scholieren starten over het algemeen al op 13 jaar met roken en drinken. Dat staat haaks op de wetgeving die zegt dat het verboden is om alcohol (bier en wijn) te schenken en sigaretten te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar. Het schenken en verkopen van sterke drank is verboden onder de 18 jaar.
Gebruik en risicovol gebruik van middelen komen het meest voor bij mannen en bij leerlingen uit het
BSO en
TSO.
De laatste jaren is het gebruik van tabak bij scholieren afgenomen. Ook het occasioneel en regelmatig gebruik van cannabis bij scholieren is tussen 2000 en 2005 licht gedaald. Het alcoholgebruik is in die groep de laatste jaren constant gebleven. Het rookgedrag van de Vlamingen is de afgelopen jaren niet veranderd. Wel neemt men hier een lichte stijging in het regelmatig gebruik van alcohol waar.
Uit de registratiegegevens van de hulpverlening blijkt dat vooral mannen terecht komen in de hulpverlening met een alcohol- of ander drugprobleem. Ook ziet men dat alcoholproblemen voornamelijk behandeld worden op latere leeftijd, terwijl problemen met cannabis en andere illegale drugs op jongere leeftijd behandeld worden. Een groot deel van de cliënten die beroep doen op de hulpverlening gebruikt meer dan één middel.
De gegevens over de gezondheidsschade door de verschillende middelen zijn niet goed vergelijkbaar omdat de problematiek van de verschillende middelen sterk verschilt. Als we dit toch doen zien we dat er voor elke drugdode, 4 sterfgevallen voor alcohol en 40 sterfgevallen voor tabak zijn. Uitgedrukt in Verloren Potentiële Levensjaren (
VPJ) zien we voor 1 VPJ door drugs, 3 VPJ door alcohol en 18 VPJ door tabak.
Mannen sterven 6 keer meer aan tabaksgerelateerde aandoeningen, 3 keer meer aan alcoholgerelateerde aandoeningen en 5 keer meer aan druggerelateerde aandoeningen dan vrouwen. Wel is het zo dat de gezondheidsschade omwille van tabak bij mannen langzaamaan afneemt, terwijl dat bij vrouwen toeneemt.
De beperkte gegevens over maatschappelijke kosten van middelen geven aan dat de maatschappelijke kost voor alcohol in alle onderzochte regio's het hoogste ligt. Tabak komt op de tweede plaats en illegale drugs staat op de laatste plaats. Nochtans geeft de overheid meer geld uit aan het beleid op vlak van illegale drugs dan aan het tabaksbeleid.
Het volledige rapport bevat gedetailleerde informatie en overzichtstabellen over
- het gebruik van middelen;
- het gebruik van de hulpverlening;
- de gezondheidsschade en de maatschappelijke schade door middelengebruik ;
- belangrijke aanbevelingen naar verder onderzoek.
De drijvende kracht achter het rapport was de Werkgroep Epidemiologie onder leiding van Dr. Guido Van Hal. De werkgroep werd ondersteund vanuit het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid.
BSO: Beroepssecundair onderwijs
TSO: Technisch secundair onderwijs
VPJ: Verloren potentiële levensjaren