Sociale ongelijkheden voor 'gezond leven'

Loading...

Via de gezondheidsenquête 2008 kunnen we de sociale ongelijkheden in kaart brengen voor heel wat indicatoren van gezonde levensstijl en van ziektepreventie. We kijken daarbij

  • naar graduele verschillen tussen alle lagen van de bevolking (de zogenaamde "sociale gradiënt");
  • naar de evolutie van de verschillen.

We stellen vast dat leden van huishoudens met een hogere opleidingsgraad in het algemeen een gezondere levensstijl hebben.

Cijfer uitgelicht: is er een relatie tussen zwaarlijvigheid en opleiding?

De 5 parameters voor sociale (on-)gelijkheid wijzen op verschillen tussen de opleidingscategorieën. Deze verschillen zijn bij mannen en bij vrouwen van dezelfde grootte-orde. We kunnen besluiten dat er een sociale gradiënt is voor wat het percentage van de bevolking met zwaarlijvigheid betreft. Lager opgeleiden lijden vaker dan de hoger opgeleiden aan zwaarlijvigheid.

Bovendien zijn de socio-economische ongelijkheden voor zwaarlijvigheid significant veranderd doorheen de tijd (1997, 2001, 2004 en 2008). De kloof tussen de laagst opgeleiden en de hoogst opgeleiden wordt weliswaar kleiner, maar dit komt vooral omdat het aantal zwaarlijvigen bij hoger opgeleiden sterker is gestegen dan bij lager opgeleiden.

Evolutie gecorrigeerd* percentage (met betrouwbaarheidsintervallen) van de volwassen bevolking (18 jaar en ouder) met zwaarlijvigheid (BMI ≥ 30), Vlaams Gewest, 1997-2008

figuur_SES-analyse 2008-obesitas
Voetnoot: * Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2001 als referentie)
Bron: Gezondheidsenquête, België, 1997-2008
Download: onderliggende cijfers (XLS)

Hoe interpreteer ik deze cijfers?

Voor deze socio-economische analyse maken we enkel gebruik van het "hoogste opleidingsniveau in het huishouden". Het niveau van opleiding wordt ingedeeld in 4 groepen waarvoor elk van de volgende indicatoren wordt berekend:

  • Gewogen resultaat en voor leeftijd gecorrigeerde resultaten.
  • Kansverhouding (odds ratio) tussen hoogste en laagste opleidingsniveau.
    bv. In 2008 hadden de laagst geschoolden 1,9 keer vaker een BMI van 30 of hoger dan de hoogst geschoolden.
  • "Population attributable fraction (PAF)": hoe zou het cijfer veranderen als iedereen hetzelfde resultaat had als de hoogst opgeleide gezinnen?
    bv. Als iedereen hoog was opgeleid zou het percentage personen met zwaarlijvigheid een derde lager liggen (34,5%).
  • Gini-coëfficiënt: is de verhouding van laag en hoog opgeleiden bij zieken gelijk als de verhouding van laag en hoog opgeleiden in de totale bevolking?
    bv. De verhouding van hoger en lager opgeleiden bij personen met zwaarlijvigheid is matig scheefgetrokken ten opzichte van de verdeling in de totale bevolking (20%).
  • "Slope index of inequality (SII)" en "Relative index of inequality (RII)" zijn beiden gebaseerd op een regressielijn die de trend (=stijgen of dalen) aangeeft naar opleiding. De SII geeft het verschil in prevalentie weer tussen de theoretisch laagste en hoogste positie op de trendlijn. De RII geeft de verhouding weer tussen de theoretisch laagste en hoogste positie op de trendlijn.
    bv. De prevalentie van zwaarlijvigheid is 13% lager bij de top van de opleidingshiërarchie in vergelijking met de diegenen aan de bodem (SII). De prevalentie van obesitas bij personen op de onderste trede van de opleidingsladder is bijna 4 keer hoger dan bij diegenen op de allerhoogste trede.

Zwaarlijvigheid: Overzicht van de parameters voor sociale (on-)gelijkheid (met 95% BI),Vlaams Gewest, Gezondheidsenquête 2008

  Parameter BI
Odds Ratio 1,9 (1,2 – 3,1)
PAF (%) 34,5 (34,1 – 34,8)
Gini (%) 19,7 (7,1 – 25,1)
SII (%) -12,6 (-19,6 – -5,6)
RII 3,6 (2,1 – 5,0)
Download: alle berekeningen, ook voor mannen en vrouwen apart

Een uitgebreidere beschrijving van de methode (met voorbeelden) vind je in dit rapport (PDF).

Volledige rapport

Het volledige rapport (PDF), geschreven door Sabine Drieskens en Stefaan Demarest van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, behandelt volgende thema’s met een of meerdere indicatoren:

  • Tandhygiëne
  • Voeding en beweging (BMI, cholesterol)
  • middelengebruik (tabak en alcohol)
  • kankerpreventie
  • ongevallen

Op de site van de gezondheidsenquête (resultaten 2008) staat een gelijkaardige analyse maar dan voor heel België.

BMI: Body Mass Index. BMI vormt een eenvoudige methode om na te gaan of u te weinig of te zwaar weegt in verhouding tot uw lichaamslengte.
BI: Betrouwbaarheidsinterval
Prevalentie: De proportie personen die een bepaalde ziekte of aandoening hebben, in een bepaalde populatie op een bepaald tijdstip.

Contact

Heidi Cloots

Informatie & Ondersteuning
Gegevensverwerking & Resultaatsopvolging
Tel:
Fax: