Het rapport "Ongevallen bij jongeren in Vlaanderen 2010" (PDF, 419 kB) geeft een beeld van de ongevallen en verwondingen die schoolgaande jongeren hadden in 2010.
Enkele vaststellingen
- In Vlaanderen komen ongevallen meer voor bij jongens en jongeren uit het technisch en beroepssecundair onderwijs. Er werd wel een daling vastgesteld in 2010 in vergelijking met de resultaten van 2006: bij jongens van 48% naar 39% en bij meisjes van 37% naar 31%. De meeste ernstige ongevallen gebeuren bij jongens in de sportzaal en bij meisjes thuis.
- Voor letsels waar behandeling vereist was, gebeurde dit meestal bij de huisarts. Toch was voor een grote groep (39% van de jongens en 38% van de meisjes die een ongeval hadden) een behandeling op de spoedafdeling van een ziekenhuis nodig.
- Bij ongevallen gaat het in de meerderheid van de gevallen over verrokken, verstuikte of gescheurde spieren of over kneuzingen en interne bloedingen.
- Naast de echte ongelukken werd in 2010 ook gevraagd naar bijna ongelukken. 23% van de jongens en 17% van de meisjes hebben zo een "bijna-ongeval" meegemaakt. In de meeste gevallen was dit omdat de omgeving niet veilig was. Als het bijna-ongeval te wijten was aan het gedrag zelf, dan was het voornamelijk omdat de jongeren iets te snel wilden doen of omdat de activiteit op zich risicovol was.
Over het rapport
Het rapport maakt deel uit van de studie “Jongeren en gezondheid (2010)” en kwam tot stand met steun van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. De studie kadert in de internationale studie Health Behaviour in School-aged Children Study (HBSC) van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Auteurs
Anne Hublet, Carine Vereecken en Lea Maes, Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidkunde Universiteit Gent
Vorige cijfers
Op de website van de onderzoeksgroep kan je het vorige rapport (2006) nog raadplegen.