Op deze pagina:
Trends 2010
Jaarlijks publiceert het Studiecentrum Perinatale Epidemiologie (SPE) een jaarrapport met de meest belangrijke trends in geboorte en bevalling. De 10 opvallendste trends uit het jaarrapport 2010 zijn de volgende:
- In 2010 de meeste baby’s ooit: Antwerpen groenplaats van Vlaanderen
- Percentage eerstbarende vrouwen daalt
- Meer oudere moeders en minder tienermoeders
- Medisch begeleide bevruchting steeds belangrijker
- Tweelingen in de lift
- Inductie van de baring en episiotomie zijn weer gedaald
- Sectio Caesarea niet over de lat van 20 %
- Vroeggeboorte en laag geboortegewicht bewegen amper
- Perinatale sterfte is laag, blijft laag
- Meisjes zijn het sterke geslacht
1. In 2010 de meeste baby’s ooit: Antwerpen groenplaats van Vlaanderen
In 2010 werden er 69.924 baby’s geboren (1.150 meer dan in 2009). Sinds 1987 (eerste jaar van de SPE-registratie) zijn dat er nooit meer geweest. Een derde van alle Vlaamse baby’s wordt in de provincie Antwerpen geboren. 70% van de toename van het aantal geboortes ten opzichte van 2009 vindt dan ook plaats in Antwerpen. De andere Vlaamse provincies stagneren (Oost-Vlaanderen, Limburg) of groeien lichtjes (West-Vlaanderen, Vlaams-Brabant).
2. Percentage eerstbarende vrouwen daalt
En is met 45,9 % het laagste dat we ooit hebben genoteerd. Toch een minpunt. De logica zegt dat hoe meer eerstbarende vrouwen er zijn, hoe groter de garantie is op meer bevallingen de jaren nadien omdat de meeste vrouwen het niet bij 1 kind laten. We mogen bijgevolg een terugval van het aantal bevallingen verwachten omdat een groter aantal koppels hun gezin als voltooid zullen beschouwen.
3. Meer oudere moeders en minder tienermoeders
1.571 (= 2,3%) vrouwen waren 40 jaar of ouder op het moment van de partus. Een hoogterecord. Niet een waar we trots op moeten zijn. 1.252 (= 1,8%) vrouwen waren geen 20 bij de bevalling. Een laagterecord; een dat stemt tot tevredenheid. De gemiddelde leeftijd waarop een vrouw in Vlaanderen haar eerste kind krijgt is 28,3 jaar. 10 jaar geleden was dat 27,5 jaar en 20 jaar geleden 26,3 jaar.
4. Medisch begeleide bevruchting altijd belangrijker
Niet verwonderlijk. De vruchtbaarheid neemt af met de leeftijd. In 2010 kwam 5,7% van alle geregistreerde zwangerschappen vanaf 500 gram tot stand na gebruik van vruchtbaarheidsbevorderende technieken: hormoonstimulatie (37,8%), in vitro fertilisatie (37,5%) en intra cytoplasmatische sperma injectie (24,7%). Deze laatste twee, IVF en ICSI, leiden vaker tot meerlingzwangerschappen.
5. Tweelingen in de lift
Er werden 1.307 (1,9%) meerlingen geboren: 1.289 tweelingen en 18 drielingen. In absolute cijfers is dat het hoogste aantal dat we ooit hebben gemeten. Door het grote aantal dreigt een tweelingzwangerschap triviaal te worden. Ter herinnering: tweelingen worden 10 keer vaker preterm geboren en hun sterfte ligt 4 keer hoger dan bij eenlingen.
6. Inductie van de baring en episiotomie zijn weer gedaald
En dat voor het tiende jaar op rij. In 2001 werd 30,7% van alle bevallingen ingeleid, vorig jaar was dat 23,8%; een daling met een kwart. Ook in 2001 werd 68,2 % van alle vrouwen ingeknipt bij de partus. In 2010 is dat percentage afgenomen met een vijfde tot 54%. Het blijft veel.
7. Sectio Caesarea niet over de lat van 20%
Het wil, gelukkig, maar niet lukken: we halen de 20% keizersnedes niet. Daar waar in de ons omringende landen de frequentie van de keizersnede almaar toeneemt, slagen wij erin om voor het vijfde jaar op rij het percentage sectio’s rond de 19% te laten schommelen. Met 19,4% in 2010 zitten we iets hoger dan in 2009 (19,1%). De primipare moeder met een voldragen baby in stuitligging wordt omzeggens altijd (97,2%) via keizersnede verlost. Voor de multipare vrouw zonder sectio in de voorgeschiedenis, eindigt een voldragen zwangerschap zelden in een sectio (3,5%).
8. Vroeggeboorte en laag geboortegewicht bewegen amper
Herinner u dat vroeggeboorte en laag geboortegewicht verantwoordelijk zijn voor driekwart van de perinatale sterfte. Zowel in 2001 als in 2010 werd 7,2% van alle baby’s preterm (<37 weken) geboren. Het percentage extreme prematuriteit (<32 weken) was 1%, zowel in 2001 als in 2010. Het percentage laag geboortegewicht (<2.500g) was 7% in 2001 en 6,8% in 2010, een subtiele daling. Het percentage baby’s met extreem laag geboortegewicht nam daarentegen even subtiel toe van 1,1% in 2001 tot 1,2% in 2010.
9. Perinatale sterfte is laag, blijft laag
En bedraagt 6%, waarvan 70% te wijten is aan foetale sterfte (4,2%) en 30% aan vroeg-neonatale sterfte (1,8%). De overleving neemt uitgesproken toe met het geboortegewicht of de zwangerschapsduur. Slechts 1 op de 2.000 voldragen baby’s zal binnen de week na de geboorte overlijden. Voor een baby van minder dan 1 kilo bij geboorte, is de kans 1 op de 2 om te overleven.
10. Meisjes zijn het sterke geslacht
- In 2010 was de perinatale sterfte 6,9% voor jongens en 5,1% voor meisjes. Een opmerkelijk verschil. Deze oversterfte van jongens houdt aan tot op hoge leeftijd.
- De zuigelingensterfte (= sterfte binnen het eerste levensjaar) is in dalende lijn en bedroeg voor 2009, 3,5%. Dit wil zeggen dat 1 levendgeboren baby op de 278 tijdens het eerste levensjaar sterft. Dat lijkt weinig en het is ook weinig, maar vergeet niet dat het toch (voor 2009) om 243 sterftegevallen gaat. Het sterftecijfer van het eerste levensjaar wordt pas geëvenaard op de leeftijd van 50 jaar (voor mannen) en op 55 jaar (voor vrouwen).
Terug naar boven
Meer info
Auteurs: H. Cammu, G. Martens, K. De Coen, P. Defoort, E. Martens
vzw Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE)
Raadpleeg de volledige jaarrapporten van het SPE. Daarin wordt dieper ingegaan op de evolutie van de verschillende indicatoren in verband met pasgeborenen en kersverse moeders.
- Het volledige SPE-jaarrapport 2010 (PDF, 1,29 MB)
- Het volledige SPE-jaarrapport 2009 (PDF, 1,61 MB)
- Het volledige SPE-jaarrapport 2008 (PDF, 1,02 MB)
- Het volledige SPE-jaarrapport 2007 (PDF, 379 kB)
- Het volledige SPE-jaarrapport 2006 (PDF, 535 kB)
- Het volledige SPE-jaarrapport 2005 (PDF, 1,6 MB)
- Het volledige SPE-jaarrapport 2004 (PDF, 407 kB)
Cammu H, et al. (Ed.) 'Perinatale activiteiten in Vlaanderen 2010'. Brussel: Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie vzw.
Terug naar boven
Sectio: Een keizersnede.
IVF: In-vitrofertilisatie
SPE: Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie