Op deze pagina:
Bewijsvoering
Vorm en de inhoud van de bewijsvoering
Het ministerieel besluit van 9 december 2009 houdende de bewijsvoering met betrekking tot de subsidiëringsvoorwaarden in het kader van de animatiewerking en de effectieve tewerkstelling van de personeelsleden die tewerkgesteld zijn met een gewezen DAC-statuut bepaalt welke gegevens moeten worden ingestuurd of ter beschikking gehouden met betrekking tot de subsidiëring van de animatiewerking en het DAC-supplement.
Terug naar boven
Cumul
Moet een verzorgende die gedeeltelijk of volledig medewerker is van de dienst animatie een aparte overeenkomst krijgen waarin specifiek vermeld staat dat hij of zij medewerker is van de dienst animatie?
Wanneer een personeelslid een combi-job heeft (bvb. gedeeltelijk tewerkgesteld in de animatie en gedeeltelijk in de verzorging) moet deze opdeling in uren uit de arbeidsovereenkomst blijken. Er moet geen aparte overeenkomst opgesteld worden.
Mag deze verzorgende dan nog mee voorkomen op de Riziv-lijst?
Deze verzorgende kan enkel als verzorgende op de RIZIV-lijst vermeld worden voor het aantal uren dat hij/zij als verzorgende presteert. De overige uren vallen onder de noemer "animatie".
Kan een ergotherapeut die volledig medewerker is van de dienst animatie meetellen voor de subsidiëring als wij hem/haar niet laten meetellen op de Riziv-lijst?
Indien de betrokkene werkzaam is in de animatie en niet meetelt voor de personeelscategoriën vermeld onder punt a en b van de omzendbrief WEL/MIN/03-02/ANIMATIE/2 van 28 augustus 2003, dan komt hij/zij in aanmerking voor deze subsidiëring.
Indien ja: moet hij/zij dan ook een nieuwe overeenkomst krijgen?
Dat is niet vereist indien de overeenkomst reeds duidelijk stipuleert dat de persoon in kwestie voor de volledige arbeidsduur werkzaam is in de animatie. In het andere geval wel.
Terug naar boven
Ex-DAC
Kan een medewerker van de dienst animatie die vroeger een DAC-statuut had ook meetellen voor de subsidiëring?
Een werknemer met ex-DAC-statuut werkzaam als deskundige animatie en activatie komt ook in aanmerking voor de subsidiëring.
Wordt de vervanger van een ex-DAC’er die langdurig ziek is, gefinancierd? Zo ja, vanaf welke periode?
Wanneer een personeelslid met een ex-DAC-statuut langdurig ziek wordt, kan men hem/haar vervangen met behoud van de subsidiëring. De voorziening kan zelf beslissen of zij de betrokkene onmiddellijk vervangt (met dubbele loonkost als gevolg) of wacht tot het ziek personeelslid ten laste valt van de ziekteverzekering.
Inzake subsdidiëring komt de periode dat het ziek personeelslid ten laste valt van de voorziening in aanmerking voor de berekening van de effectieve subsidies ('gelijkgestelde uren'). De uren gepresteerd door de vervanger komen pas na deze periode in aanmerking voor de berekening van de subsidies.
Wordt de vervanger van een ex-DAC’er die tijdskrediet of zwangerschapsverlof opneemt - al dan niet voltijds - gefinancierd?
Ja.
Terug naar boven
Kwalificaties
Welke diploma’s voldoen aan, of worden als gelijkwaardig beschouwd met de diploma’s vermeld in artikels 1 en 2 van het ministerieel besluit van 9 december 2009 tot bepaling van de kwalificaties van de personen die in aanmerking komen voor de tewerkstelling als animator?
Hiervoor verwijzen wij u door naar de school waar de betreffende diploma’s werden uitgereikt of naar het departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Deze instanties kunnen een attest bezorgen waaruit de al dan niet gelijkwaardigheid blijkt.
Artikel 2 van het ministerieel besluit van 9 december 2009 bepaalt enkel het niveau van de opleiding, nl. minimaal een diploma hoger onderwijs van het korte type. Het zijn de woonzorgcentra zelf die bepalen aan welke opleidingen zij de voorkeur geven.
Komt iemand met het diploma beroepssecundair ‘Kinderverzorg(st)er’ of ‘Gezins- en bejaardenhelp(st)er’, of andere, die niet beschikt over het diploma van het 7de specialisatiejaar - omdat dit in die periode nog niet bestond - in aanmerking voor subsidiëring in het kader van de animatiewerking?
Artikel 1 van het ministerieel besluit van 9 december 2009 dat de kwalificaties bepaalt, stelt dat:
"Voor de tewerkstelling als deskundige in animatie en activatie in een rusthuis in het kader van norm 4.1.4. van de bijlage B van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 1985, komen die personen in aanmerking die beschikken over ten minste:
een diploma secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen secundair onderwijs, het kunstsecundair onderwijs of het technisch secundair onderwijs, of gelijkwaardig;
ofwel een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in het zevende specialisatiejaar van het beroepssecundair onderwijs, hetzij in de studierichting "kinderzorg" hetzij in de studierichting "thuis- en bejaardenzorg", of gelijkwaardig;
ofwel een certificaat (modulaire opleiding) of een getuigschrift (lineaire opleiding) van de opleiding "begeleider-animator voor bejaarden" behaald in het studiegebied ‘personenzorg’ in het kader van het volwassenenonderwijs."
Het personeelslid moet dus in toepassing van artikel 4 ten laatste op 1 juli 2008 beschikken over de minimale kwalificatie zoals bepaald in artikel 1, of vóór die datum met succes een door de minister erkend specifieke modulair vormingspakket van minstens 96 uren gevolgd hebben. Pas dan kan hij/zij na 1 juli 2008 nog verder in aanmerking komen voor een tewerkstelling als deskundige in animatie en activatie.
Worden de diploma's "gebrevetteerd ziekenhuis- en verpleegassistent", "gebrevetteerd verpleegkundige" en "verpleegaspirant" als gelijkwaardig beschouwd met de diploma’s vermeld in artikel 2 van het ministerieel besluit van 11 december 2003 tot bepaling van de kwalificaties van de personen die in aanmerking komen voor de tewerkstelling als deskundige in animatie en activatie?
Neen, deze diploma's worden beschouwd als diploma hoger secundair onderwijs.
Terug naar boven
Subsidiebedragen
In artikel 3 en 6 van de bijlage XIV bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt de berekeningswijze van het subsidiebedrag animatie en het DAC-supplement beschreven:
Het aantal ex-DAC’ers wordt vermenigvuldigd met € 30.812, geïndexeerd ten opzichte van 2003. Dit bedrag wordt verminderd met de animatiesubsidie.
Tot 30 juni 2003 gold de oude personeelsnorm voor animatie. Men was verplicht per 50 woongelegenheden een halftijds deskundige in animatie en activatie tewerk te stellen. Voor deze norm wordt jaarlijks door de minister een forfaitair subsidiebedrag bepaald. Dat bedrag hangt af van de in het voorgaande jaar vrijgekomen DAC-middelen. Eens alle DAC-middelen beschikbaar zijn, wordt voor de oude norm hetzelfde bedrag voorzien als voor de aangroei, nl. € 30.812 (geïndexeerd).
Vanaf 1 juli 2003 geldt een nieuwe personeelsnorm voor animatie. Per 30 woongelegenheden moet men een halftijds deskundige in animatie en activatie tewerkstellen.
Voor het verschil tussen de norm geldig tot 30 juni 2003 en de nieuwe norm (de aangroei) ontvangt men € 30.812, geïndexeerd ten opzichte van 2003, per voltijds deskundige in animatie en activatie.
Zowel voor de animatiesubsidie als voor het DAC-supplement worden 2 voorschotten uitbetaald van 45% van het totale maximale subsidiebedrag, zoals jaarlijks bepaald bij ministerieel besluit. Het definitieve subsidiebedrag voor animatie en ex-DAC wordt berekend, toegekend en gesaldeerd na goedkeuring van de respectievelijke bewijsstukken.
Terug naar boven
Kortverblijf
Moeten de erkende bedden kortverblijf mee in rekening worden gebracht bij de bepaling van het "aantal erkende bedden" van de voorziening?
Bij het vaststellen van de schaalgrootte van de voorziening waarop de personeelsnorm animatie wordt gebaseerd, worden het aantal rusthuiswoongelegenheden samengeteld met het aantal woongelegenheden kortverblijf.
Terug naar boven