Het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie 2006-2010 heeft tot doel de gezondheidsdoelstelling te realiseren en bestaat uit 5 strategieën:
Een van de randvoorwaarden in de uitvoering van het eerste Vlaams Actieplan Suïcidepreventie was de locoregionale samenwerking voor het uitvoeren van het actieplan. In een samenwerking tussen de CGG suïcidepreventiewerkers, de Logo’s en de overlegplatforms werd de afgelopen jaren gezorgd voor een uitwerking van de 5 strategieën van het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie in elke provincie.
Bevorderen van de geestelijke gezondheid met betrekking tot het individu en de maatschappij
Binnen de 5 strategieën van het Vlaams actieplan suïcidepreventie 2006-2010 heeft de Vlaamse overheid verschillende concrete acties, projecten en campagnes opgezet om het aantal zelfdodingen in Vlaanderen te doen dalen. U vindt hier een overzicht.
Fit in je hoofd
In 2009 lanceerde de Vlaamse overheid de campagne Fit In Je Hoofd. Nieuw aan de campagne was de zelfbeoordelingtest die de gebruiker inzicht geeft in de aard en de mate van zijn of haar klachten. Via een online tool komt de gebruiker niet alleen te weten hoe fit uw hoofd is maar krijgt hij ook advies op maat. Dat advies is altijd gebaseerd op één van de 10 stappen van de gelijknamige 'Fit in je hoofd'-campagne die in 2006 gelanceerd werd.
Goed-gevoel-stoel
Aansluitend op de campagne ontwierp de Vlaamse overheid, in samenwerking met de beweging voor integrale armoedebestrijding CEDES en het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGEZ), de Goed-gevoel-stoel. Met de Goed-gevoel-stoel leren maatschappelijk kwetsbare mensen via 3 praatsessies op een toegankelijke en leuke manier hoe ze een goed gevoel langer kunnen vasthouden en hun draagkracht kunnen versterken.
Lees meer over de Goed-gevoel-stoel op de website van Fit In Je Hoofd
Noknok
Het succes van ‘Fit in je hoofd, goed in je vel’ wijst op een grote interesse in een website die een leidraad biedt voor een beter mentaal evenwicht. Ook jongeren zoeken online naar tools om hun vaardigheden te versterken. Vanaf nu kunnen jongeren van 12 to 16 jaar daarvoor terecht op www.noknok.be. Ze kunnen komen aankloppen met vragen over geestelijke gezondheid, hun eigen verhalen delen en vinden er een hele hoop tips om zelf hun veerkracht en welbevinden te versterken.
Preventiecoaches geestelijke gezondheid
Sinds september 2009 kunnen secundaire scholen een beroep doen op preventiecoaches geestelijke gezondheid voor het uitbouwen van een geïntegreerd geestelijk gezondheidsbeleid.
De preventiecoaches willen op maat en op vraag van de school werken aan een geïntegreerd geestelijk gezondheidsbeleid in middelbare scholen. Al meer dan 100 scholen doen een beroep op de preventiecoaches.
Terug naar boven
Bevorderen van laagdrempelige telezorg
De Zelfmoordlijn
De Zelfmoordlijn is een gratis hulplijn voor iedereen die met zelfdoding in aanraking komt.
Met steun van de Vlaamse overheid heeft het Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ) de laatste jaren de werking van de Zelfmoordlijn gevoelig uitgebreid. Niet alleen werken er meer hulpverleners, sinds 2008 wordt er ook hulp via chatsessies geboden. Dat online aanbod richt zich vooral tot jongeren. En dat werkt, zo blijkt uit de gegevens van het CPZ: de gebruikers van de chatsessies zijn gemiddeld jonger dan die van de telefonische hulpdienst.
ASPHA
Het Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ) organiseert sinds eind 2010 ook een advieslijn voor huisartsen over suïcidepreventie, ASPHA. ASPHA wil huisartsen ondersteunen via telefoon en e-mail bij het begeleiden van suïcidale patiënten, hun omgeving en nabestaanden. Huisartsen die geconfronteerd worden met een suïcidale patiënt kunnen er onmiddellijk met hun vragen terecht. U vindt er ook praktische handvatten voor de huisartsenpraktijk, vormingsmogelijkheden, achtergrondinformatie over zelfdoding en de preventie ervan.
Lees hier de jaarverslagen van het CPZ
Terug naar boven
Bevorderen van deskundigheid van professionelen en optimaliseren van de netwerking
Deskundigheidsbevordering van professionelen
De centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG), het Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ) en het Interuniversitair Centrum voor Huisartsenopleiding (ICHO) bieden vormingen aan die toegespitst zijn op de behoeften en ervaringen van huisartsen en andere hulpverleners (politie, brandweer, CLB...). Uit onderzoek blijkt immers dat meer dan de helft van de mensen die suïcide plegen of een suïcidepoging ondernemen, nog een huisarts raadplegen in de maand voor de feiten. Als vertrouwenspersoon en veelzijdig professional kan een huisarts wezenlijk bijdragen tot de preventie van suïcides, onder meer door verziekte situaties snel op te sporen en er met verstand van zaken op in te grijpen. Vaak ontbreekt het de huisarts of professional echter aan de nodige kennis en vaardigheden over suïcidepreventie.
Terug naar boven
Het uitlokken van zelfdoding tegengaan
Mediarichtlijnen
Mediaberichten over zelfdoding kunnen op hun beurt zelfdoding uitlokken wanneer de berichtgeving geen rekening houdt met risicofactoren in de berichten. Dat stelt journalisten voor een belangrijke uitdaging. Daarom heeft de Werkgroep Verder mediarichtlijnen opgesteld met een aantal praktische tips hoe u als journalist verantwoord kunt schrijven over zelfdoding.
Werkgroep Verder neemt ook het voortouw in besprekingen met de NMBS over de beveiliging van hotspots en de zorg voor werknemers als nabestaande van zelfdoding.
Terug naar boven
Aandacht voor specifieke doelgroepen
Project Integrale Zorg Suïcidepogers
Het Project Integrale Zorg Suïcidepogers wil medewerkers in ziekenhuizen er attent op maken hoe belangrijk een goede opvang is, direct na een poging tot zelfdoding, maar ook nog daarna. Daarbij wordt samengewerkt met spoed- en psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen. Ook huisartsen en de centra voor geestelijke gezondheidszorg worden betrokken.
Lees meer over de stand van zaken van het Project Integrale Zorg Suïcidepogers (PDF)
Zorg voor nabestaanden
Nabestaanden van mensen die zelfdoding hebben gepleegd lopen een groter risico om depressieve gevoelens en suïcidale gedachten te ontwikkelen. De Werkgroep Verder coördineert de zorg voor nabestaanden. Naast fora en ontmoetingsdagen, organiseert Werkgroep Verder in elke provincie gespreksgroepen voor nabestaanden.
Lees het jaarverslag 2009 van de Werkgroep Verder
Project Vroege Detectie en Interventie bij Initiële Psychose
Het project Vroege Detectie Initiële Psychose (VDIP) coördineert de vroegopsporing bij en opvang van jonge mensen met een hoog risico op psychose of met een eerste psychose. Wanneer mensen een psychose doormaken, gaan dat soms gepaard met suïcidale gedachten en zelfs plannen. Door mensen vroeg op te vangen en te begeleiden voorkomt men niet alleen het risico op zelfdoding, men voorkomt ook schade aan de cognitieve vermogens.
Terug naar boven
CGG: centrum voor geestelijke gezondheidszorg
CLB: centrum voor leerlingenbegeleiding