Gezondheidsdoelstelling voeding en beweging

Loading...

Op deze pagina:

De hoofddoelstelling

De hoofddoelstelling luidt als volgt:

"Het realiseren van gezondheidswinst op bevolkingsniveau door een stijging van het aantal mensen dat voldoende fysiek actief is, evenwichtig eet en een gezond gewicht nastreeft."

Terug naar boven

5 subdoelstellingen

De hoofddoelstelling is opgesplitst in 5 concretere subdoelstellingen. Voor elke subdoelstelling zijn cijfers vooropgesteld waaraan het succes van de doelstelling kan worden afgemeten.

De subdoelstellingen op een rijtje:

  1. Tegen 2015 stijgt het percentage personen dat voldoende fysiek actief is om gezondheidswinst te behalen met 10 procentpunten.
  2. Tegen 2015 daalt het percentage sedentaire personen met 10 procentpunten.
  3. Tegen 2015 stijgt het percentage moeders dat met borstvoeding start (gemeten op dag 6) van 64% naar 74%.
  4. Tegen 2015 eten meer mensen evenwichtig overeenkomstig de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek.
  5. Tegen 2015 blijft het percentage personen met een gezond gewicht minstens behouden.

Subdoelstelling 1: Voldoende fysiek actief 

De eerste subdoelstelling gaat over voldoende fysieke activiteit om gezondheidswinst te bekomen. Voor een volwassene betekent dit:

  • ofwel 10.000 stappen per dag zetten;
  • ofwel dagelijks minstens een half uur bewegen met een matige fysieke inspanning. Dat is een inspanning waarbij je iets dieper en sneller gaat ademhalen;
  • ofwel 3 dagen per week minstens 20 minuten intens bewegen.

Voor ouderen raadt de WHO aan dit aan te vullen met oefeningen die de flexibiliteit, het evenwicht, de kracht, de uithouding en de coördinatie bevorderen. Dat vermindert ook het risico op vallen.

Kinderen en jongeren (tot 18 jaar) zouden minstens 1 uur per dag matig tot intens fysiek actief moeten zijn. De bewegingsactiviteiten worden best aangepast aan het ontwikkelingsniveau. Ook plezierbeleving en variatie moeten centraal staan. De activiteiten moeten ook aangevuld worden met oefeningen die de flexibiliteit, het evenwicht, de kracht, de uithouding en de coördinatie bevorderen.

Opgesplitst per leeftijd geeft dat volgende streefcijfers:

Subdoelstelling 1: Tegen 2015 stijgt het percentage personen dat voldoende fysiek actief is om gezondheidswinst te behalen met 10%-punten[1]

Jongeren
12-14 jaar [2]

Jongens Tegen 2015 stijgt het percentage jongens uit deze leeftijdsgroep dat de aanbeveling voor voldoende fysieke activiteit haalt van 74% tot 84%.
Meisjes Tegen 2015 stijgt het percentage meisjes uit deze leeftijdsgroep dat de aanbeveling voor voldoende fysieke activiteit haalt van 47% tot 57%.
Jongeren
15–18 jaar [3]
Jongens Tegen 2015 stijgt het percentage jongens uit deze leeftijdsgroep dat de aanbeveling voor voldoende fysieke activiteit haalt van 67% tot 77%.
Meisjes Tegen 2015 stijgt het percentage meisjes uit deze leeftijdsgroep dat de aanbeveling voor voldoende fysieke activiteit haalt van 42% tot 52%.
Volwassenen
19–59 jaar [4]
Mannen Tegen 2015 stijgt het percentage mannen uit deze leeftijdsgroep dat de aanbeveling voor voldoende fysieke activiteit haalt van 49% tot 59%.
Vrouwen Tegen 2015 stijgt het percentage vrouwen uit deze leeftijdsgroep dat de aanbeveling voor voldoende fysieke activiteit haalt van 29% tot 39%.
Ouderen 60+ [5] Mannen Tegen 2015 stijgt het percentage mannen uit deze leeftijdsgroep dat de aanbeveling voor voldoende fysieke activiteit haalt van 17% tot 27%.
Vrouwen Tegen 2015 stijgt het percentage vrouwen uit deze leeftijdsgroep dat de aanbeveling voor voldoende fysieke activiteit haalt van 11% tot 21%.

[1] %-punten: verwijzen naar het rekenkundig verschil tussen 2 percentages.
[2] Lefevre J., et al., 2002
[3] Lefevre J., et al., 2002
[4] Steunpunt Sport, beweging en Gezondheid in Vlaanderen, 2002–2006
[5] Steunpunt Sport, beweging en Gezondheid in Vlaanderen, 2002–2006

Terug naar boven

Subdoelstelling 2: Minder personen met een sedentaire leefstijl 

Een persoon met een sedentaire leefstijl is iemand die te weinig beweegt, die met andere woorden inactief is. Bij jongeren bijvoorbeeld spreken we van sedentair gedrag als zij minder dan 1 uur per week fysiek actief zijn naast de les lichamelijke opvoeding. Bij meisjes is hier nog meer werk aan de winkel dan bij jongens:  

Subdoelstelling 2: Tegen 2015 daalt het percentage sedentaire personen met 10%-punten

Jongeren
12-14 jaar [6]

Jongens Tegen 2015 daalt het percentage jongens uit deze leeftijdsgroep dat sedentair is van 5% tot 2%.
Meisjes Tegen 2015 daalt het percentage meisjes uit deze leeftijdsgroep dat sedentair is van 11% tot 2%.
Jongeren
15–18 jaar [7]
Jongens Tegen 2015 daalt het percentage jongens uit deze leeftijdsgroep dat sedentair is Van 8% tot 2%.
Meisjes Tegen 2015 daalt het percentage meisjes uit deze leeftijdsgroep dat sedentair is van 16% tot 6%.
Volwassenen
19–59 jaar [8]
Mannen Tegen 2015 daalt het percentage mannen uit deze leeftijdsgroep dat sedentair is van 11% tot 2%.
Vrouwen Tegen 2015 daalt het percentage vrouwen uit deze leeftijdsgroep dat sedentair is van 22% tot 12%.
Ouderen 60+ [9] Mannen Tegen 2015 daalt het percentage mannen uit deze leeftijdsgroep dat sedentair is van 44% tot 34%.
Vrouwen Tegen 2015 daalt het percentage vrouwen uit deze leeftijdsgroep dat sedentair is van 45% tot 35%.

[6] Lefevre J., et al., 2002
[7] Lefevre J., et al., 2002
[8] Steunpunt Sport, beweging en Gezondheid in Vlaanderen, 2002–2006
[9] Steunpunt Sport, beweging en Gezondheid in Vlaanderen, 2002–2006

Terug naar boven

Subdoelstelling 3: Meer moeders starten met borstvoeding

Borstvoeding is de ideale voeding vanaf de geboorte. Op dit moment geeft slechts 64% van de vrouwen (gemeten op dag 6 na de bevalling) (al of niet exclusieve) borstvoeding. Tegen 2015 moet dat cijfer 74% bedragen.

Terug naar boven

Subdoelstelling 4: Tegen 2015 eten meer mensen evenwichtig overeenkomstig de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek   

Een evenwichtig eetpatroon voldoet aan de richtlijnen van de actieve voedingsdriehoek. Dat zijn de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad in een praktisch schema. Het gaat om aanbevelingen over hoeveel water, groenten, vlees etc. die we dagelijks zouden moeten eten.

Subdoelstelling 4: Tegen 2015 eten meer mensen [10] evenwichtig overeenkomstig de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek
Water Tegen 2015 stijgt het percentage personen dat de aanbeveling voor water haalt van 22% tot 32%.
Tegen 2015 stijgt de gemiddelde inname van water met 10% (van 669 naar 736 ml/dag).
Groenten Tegen 2015 stijgt het percentage personen dat de aanbeveling voor groenten haalt van 1% tot 11%.
Tegen 2015 stijgt de gemiddelde inname van groenten met 10% (van 147 naar 162 g/dag).
Fruit Tegen 2015 stijgt het percentage personen dat de aanbeveling voor fruit haalt van 5% tot 15%.
Tegen 2015 stijgt de gemiddelde inname van fruit met 10% (van 113 naar 124 g/dag).
Melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten Tegen 2015 stijgt het percentage personen dat de aanbeveling voor melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten haalt van 4% tot 14%.
Tegen 2015 stijgt de gemiddelde inname van melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten met 10% (va n 165 naar 182 g/dag).
Restgroep Tegen 2015 stijgt het percentage personen dat de aanbeveling voor de restgroep haalt van 5% tot 15%.
Tegen 2015 daalt de gemiddelde inname van de restgroep met 10% (van 703kcal naar 633kcal/dag).

[10] De Vriese S. et al, 2006; VIG, 2004

Terug naar boven

Subdoelstelling 5: Tegen 2015 blijft het percentage personen met een gezond gewicht minstens behouden 

Om een gezond gewicht te meten bij volwassenen, maken we gebruik van de bekende BMI-index (Body Mass Index). Voor volwassen personen (tussen 19 en 59 jaar) ligt de BMI idealiter tussen 18,5 en 24,9. Naast de BMI is de middelomtrek een goede maat om het ziekterisico te bepalen.

Om het gewicht bij kinderen te beoordelen worden de Vlaamse groeicurven gebruikt. 

Subdoelstelling 5: Tegen 2015 blijft het percentage personen [11] met een gezond gewicht minstens behouden
Volwassenen Mannen 52,7%
Vrouwen 66,5%
Totaal 59,6%
Senioren 60 jaar Mannen 38,0%
Vrouwen 43,5%
Totaal 40,9%

[11] WIV, Gezondheidsenquête, 2004

Terug naar boven

Ontwikkeling en goedkeuring van de gezondheidsdoelstelling

Ontwikkeling van de gezondheidsdoelstelling

Op 23 oktober 2008 organiseerde de toenmalige Vlaamse minister van Volksgezondheid, Steven Vanackere, een gezondheidsconferentie over voeding en beweging. Daar stelde hij de nieuwe gezondheidsdoelstelling voeding en beweging voor.

De voorbereidingen gingen niet over één nacht ijs. Een werkgroep van deskundigen werkte in de aanloop naar de gezondheidsconferentie een voorstel voor de gezondheidsdoelstelling en het actieplan uit. Dat voorstel werd kritisch besproken door professionelen tijdens 6 provinciale toetsingsdagen vooraleer het op de eigenlijke gezondheidsconferentie werd voorgesteld.

Finale goedkeuring van de gezondheidsdoelstelling

De commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebeleid van het Vlaams Parlement keurde op 12 november 2009 de gezondheidsdoelstelling en het bijhorend actieplan unaniem goed. Op 24 juli 2009 bekrachtigde de Vlaamse Regering die beslissing.

Terug naar boven

Waarom een gezondheidsdoelstelling voor voeding en beweging?

Beter in je vel

Een preventieve levensstijl verhoogt het welbevinden. Mensen voelen zich fitter. Gezond bewegen en evenwichtige voeding dragen bij aan een goede ontwikkeling van jonge kinderen en zijn op latere leeftijd een belangrijke hulpbron voor een actief en onafhankelijk leven. Ze versterken de weerstand tegen infecties, beperken ziektegebonden absenteïsme en doen de productiviteit toenemen.

Minder chronische ziekten

Ook op langere termijn zijn er voordelen. Een gezonde leefstijl voorkomt chronische ziekten zoals: kanker, hart- en vaataandoeningen, obesitas, diabetes type 2, hypertensie, osteoporose en valpartijen.

Sociale en culturele functie

Naast een biologische functie hebben eten en bewegen ook een sterke sociale en culturele functie. De impact ervan op de ontplooiing van mensen en de maatschappij is niet te verwaarlozen. Bovendien is er wereldwijd een enorme toename van obesitas. Dat wordt veroorzaakt door een onevenwicht in de energiebalans. In navolging van de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese instellingen geeft dit actieplan ook bijzondere aandacht aan het bewaken van een gezond gewicht.

Pure gezondheidswinst

Het bewaken van een evenwichtig voedings- en beweegpatroon is zinvol en zelfs noodzakelijk. Beïnvloeden van wat mensen eten en hoeveel ze bewegen betekent gezondheidswinst. Winst die jou én de samenleving ten goede komt. Anders eten en bewegen is bij alle bevolkings- en leeftijdsgroepen nodig.

Meer info

Terug naar boven

BMI: Body Mass Index. BMI vormt een eenvoudige methode om na te gaan of u te weinig of te zwaar weegt in verhouding tot uw lichaamslengte.
WHO: World Health Organization of Wereldgezondheidsorganisatie
Hoge Gezondheidsraad: De Hoge Gezondheidsraad (HGR) is het wetenschappelijk adviesorgaan van de F.O.D. Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en fungeert zo als de poort tussen het beleid en de wetenschappelijke wereld op het vlak van de volksgezondheid. Vanuit die positie geeft de HGR onafhankelijk wetenschappelijk advies en aanbevelingen. Dat gebeurt zowel op eigen initiatief als op vraag van de federale minister, zijn medewerkers als de administratie.
BMI: Body Mass Index
Osteoporose: Osteoporose of botontkalking is een aandoening waarbij de botten hun stevigheid verliezen. Dit leidt tot een verhoogd risico op botbreuken.

Contact

Team Preventie

Afdeling Preventie, Eerstelijn en Thuiszorg
Tel:02 553 35 09
Fax:02 553 36 90